De Betuwe in Bloei
Staat in de Betuw de bongerd in bloei
Dra is het ooft er volop in de groei.
Stond daar in juni de zon nog het hoogst
Wordt in augustus het ooft al geoogst.
Appel- en perelaar buigen de takken
Waarvan de plukkers het fruit zullen pakken:
De appel, de peer, de pruim en de kwee,
Kortom de volrijpe vruchtentrofee
Die zonovergoten en berstens vol zoet
Voelt voor de stoker als waar’ het zijn bloed.
Gemalen met spoed en gestort in de kuipen
Laat het zich ras door de gisten bekruipen.
Miljarden mycetaceae, verzot op de suiker
Gonzen van pret en vullen hun buik er
Mee, waar ze de sacharose ontleden
(Zoals reeds hun ouders en grootouders deden).
En ziet, naar een maand is het gisten geklaard
En wordt het aroom in de fruitwijn bewaard.
Dat is het moment waar de stoker op wacht:
De ketel heeft hij in gereedheid gebracht.
De fruitwijn laat hij nu de ketel in stromen
En ras heeft het stoken een aanvang genomen.
Warm gloeit de ketel, gedurende uren
Stijgen behoedzaam de temperaturen.
Dan komt het moment, na langdurig verpozen
Waarvoor de stoker het vak heeft gekozen
Dat hem voortdurend van vreugde doet huppelen:
Flonkerend vloeien de geurige druppelen.
In buikige mandflessen en eiken fusten
Waarin ze nog jaren verstild zullen rusten
En rijpen waarna ze gebotteld de teugen
Offreren die u straks verheugen.
Uit de bundel Eau-de-vie
in poezie, verschijnt dit najaar bij Uitgeverij
Bas Lubberhuizen